Categorie archief: Rome

Bericht 22

  • Datum: zaterdag 18 juni 2016
  • Traject : Ferrara – Ravenna
  • Afstand : 95 km
  • Weer : strak blauw, weinig wind en vaak mee, 27 graden. Perfect!
  • Parcours : vervolg van de Povlakte via Portomaggiore

Via de lift van het hostel worden we weer met wielen en benen op de grond gezet en verlaten we het fietsvriendelijke Ferrara. Al snel komen we weer in ons intussen bekend landschap: vlak, akkerland, af en toe lange rechte trajecten, waterlopen, kortom, net Nederland. Ook hier zijn droogmakerijen, dijken en gemalen. De dorpen die we passeren zijn uiteraard wel typisch Italiaans. Als we in Bandon boodschappen doen voor onze lunch, krijgen we van de winkeldame een zoet lekkernij cadeau.
Het herinnert me aan vroeger, toen kruidenier Vos ook altijd iets lekkers bij de via een boekje bestelde boodschappen deed.
In de buurt van Anita komen we bij een van de vele meren in het deltagebied van de Po. Op de dijk stoppen we bij een paar vogelaars die met een enorm telekanon van 500 mm foto’s maken van een grote kolonie flamingo’s, die hier permanent verblijven. Daarna nemen we – ook typisch Nederlands – een pontje naar San Alberto. Kort daarna arriveren we in Ravenna. Met behulp van een bij het station gehaalde plattegrond rijden we zonder moeite naar het gereserveerde B&B-adres. Achter een nietszeggende gevel duikt weer een volledig en zelfs sjiek uitgerust slaapadres op. Keuken, meubilair, sanitair, alles ademt klasse en kwaliteit. Na een hostel ook wel weer een prettige ervaring.
Even later lopen we door het bijzonder levendige en monumentale centrum van Ravenna, de stad ( 138.000 inw.) die beroemd is om zijn prachtige mozaïeken in een aantal kerken.

Foto’s
Wachten bij de pont

image
Nee, niet elke dag pizza of pasta

image

Bericht 21

  • Datum: vrijdag 17 juni 2016
  • Traject : Montagnana – Ferrara
  • Afstand : 80 km
  • Weer : strak blauw, vrij veel wind, warm, 27 graden
  • Parcours : vlakke rit door de Povlakte, soms langs de Adige, op het laatst langs de Po

Het Bed & Bike – adres was uitstekend. Het wordt gerund door een vrouw die zelf ook fanatiek fietser is en dan kun je merken. We betalen voor twee personen plus een prima ontbijt 50 Euro.
Daarna trekken we weer ons pak aan en vervolgen onze route door de Povlakte. Granen, mais, fruit en soms ook druiven bepalen het beeld. Regelmatig zien we ook verlaten spookhuizen en -boerderijen. Na grote overstromingen in de jaren ’50 hielden veel mensen het hier voor gezien.
In de plaatsen die we passeren staat nogal eens een smalle, opvallend hoge toren. Vooral die van Lendinara springt letterlijk uit het landschap omhoog en het schijnt één van de hoogste torens van Noord-Italië te zijn. We verrijden ons iets, maar dat is geen ramp, want we koersen aan op de Po.
En als we die éénmaal te pakken hebben, volgen we een fietspad over de Zuidelijke oever naar Ferrara. Het doet Henk denken aan fietsen over de dijk bij Wilsum. Vertrouwd idee.
Op de Po zie je geen scheepvaart, want de rivier wordt geplaagd door veel zandbanken. De belangrijkste functie van de rivier – zo vermoed ik – is afwatering en irrigatie.
Aangekomen in Ferrara regelen we via de VVV een overnachting in een Student’s Hostel. Voordat we daar heen gaan, kijken we eerst in een café de tweede helft van de voetbalwedstrijd Italië-Zweden. Het café staat in de 89e minuut kortstondig op z’n kop als Italië een prachtig doelpunt scoort.
Aansluitend gaan we naar het hostel, waar de fietsen in de lift mee gaan naar kamer 206. Een vertrouwd nummer, want jarenlang had ik op het Hondsrugcollege lokaal 206, waar ik les gaf in een vak dat mij nog dagelijks omringt : aardrijkskunde.

Foto’s
Fietsgebak

image
Een kamer voor vier

image

Bericht 20

  • Datum: donderdag 16 juni 2016
  • Traject : Verona – Montagnana
  • Afstand : 62 km
  • Weer : licht bewolkt en zon, veel wind, 24 graden
  • Parcours : vlak ‘Nederlands’ landschap, deels langs de Adige

Gisteravond werd het laat. Henk kwam met een lichte vertraging aan op een verder erg rustige luchthaven. Daarna met de shuttle-bus naar het station van Verona en lopend naar huis. Inkwartieren, biertje op het terras bij de Arena en daarna thuis een lange balconscène met een Merlot en uitzicht op een levendig en zwoel Verona. Voor Henk bijna een cultuurschok. Waar ik 18 dagen over deed, overbrugde hij in anderhalf uur.

Daarna opladen voor morgen. Wij in bed en de apparaten aan het net: telefoons, IPad, camera, IPod en de Mio-navigatie. Gelukkig heb ik mijn contactdoos weer meegenomen.

We starten vanmorgen later dan voor mij gebruikelijk. Geen probleem want onze gezamenlijke openingsrit is niet lang. We nemen afscheid van Adriano en zo rond 11 uur slalommen we nog even door het centrum van Verona en daarna beginnen we aan een vlakke rit richting Montagnana.
Het landschap doet Nederlands aan. Deels gaat het over een dijk langs de Adige met om ons heen het akkerland van de Povlakte, waar o.m. de granen worden verbouwd voor de vele pastavarianten die dit land biedt. Maar we zien ook mais en tot onze verbazing wordt de maïsteelt hier en daar gecombineerd met hennep. Het waait hard en – zoals zo vaak – hebben we de wind meer tegen dan mee. Maar de Santos en de B1 van Henk zijn in hun element. De B1 van Henk, geprepareerd door Harco, verplaatst zich prinselijk door het landschap. Alleen staat mijn lofzang op de landschappelijke schoonheid van Italië vandaag even op een laag volume
Rond 4 uur komen we aan in bij de gave, carrré-vormige vestingstad Montagnana. Dat is weer een plaatje. Zelden zo’n overzichtelijk ommuurde stad gezien, compleet met twee in de muur verwerkte kastelen en een mooie centraal gelegen piazza met een hele ‘stoere’ kerk. Dat alles maakt weer veel goed.
We nemen intrek bij een sympathiek bed & bike- adres, dat nog maar kort als zodanig draait. Maar het ziet er allemaal pico bello uit. Elk een eigen kamer en verder een keuken en woonkamer voor gezamenlijk gebruik. Het gastenboek is gevuld door allerlei blijde en tevreden klanten.
Na verfrissingen storten we ons in het namiddagleven van Montagnana.

Foto’s
Vertrek uit Verona

image
De huiswijn voor r.a.bos stond al klaar

image

Bericht 19

  • Datum: woensdag 15 juni 2016
  • Traject : Pas op de plaats in Verona
  • Afstand : stadswandeling van 5 km
  • Weer : zon, 24 graden
  • Parcours : n.v.t.

Vandaag houd ik het kort. Ben een dagje de toerist in Verona en dat is geen straf. Dat was het wel voor Dante, de grote schrijver en dichter die na zijn verbanning uit Florence een tijd in Verona heeft gewoond. Ik tref van hem een prachtig ingetogen standbeeld op Piazza die Sognori.
Maar verder zal ik jullie niet vermoeien met allerlei bezienswaardigheden, want er is geen beginnen aan. Bovendien is alles thuis vanuit te rookstoel op te zoeken en te bekijken.
Ik kan me trouwens niet een wat langere vakantiereis herinneren met zo’n enorme dichtheid aan landschappelijk en stedelijk schoon. Het zal wel moeilijk hard te maken zijn, maar naar mijn beleving is Italië het land met de hoogste dichtheid aan stedelijk schoon. Alleen de binnenstad van Verona is al helemaal Unesco-erfgoed. Het kan hier niet op. En dan moeten Ravenna, Assisi, Toscane, Umbrië en Rome nog komen! Ben blij dat we niet meer aan filmrolletjes doen.

Overdag loop ik de hele binnenstad door en tegen de avond ga ik naar het vliegveld om Henk af te halen. Morgen verder.

Foto’s:
veel mooi sanitair hier

image
de prullaria

image
Dante in gedachten verzonken

image

Bericht 18

  • Datum: dinsdag 14 juni 2016
  • Traject : Peschiera – Verona
  • Afstand : 30 kilometer
  • Weer : bewolkt, voorzichtig zonnetje, beetje drukkend warm, 25 graden
  • Parcours : Druk; langs en op de weg via veel bebouwing naar Verona

Ach, eigenlijk valt dat ‘overlevings-Italiaans’ best mee. Als je onze uitgang ‘-erij’, van bakkerij, slagerij vervangt door ‘ia’, dan kom je een heel eind. Wil je bijvoorbeeld een hapje eten, een ijsje of een middel tegen kuitkramp (…..!), dan zoek je een pizzeria, een gelateria of een farmacia. En als je op zoek gaat naar een happerij of naar een tapijterij, kijk dan uit naar een trattoria of een tapezzeria.
Wil je toeristische rommel kopen, dan eh, gokje, adviseer ik de prullaria.
Oh ja, wat ik ook veelvuldig zie is een carrozzeria, ik zou zeggen een carrosserijbedrijf. Zouden zo hier zoveel botsen? Ik moet zeggen dat ik onderweg nog niet één keer een botsing heb gezien. En voor mij hebben de automobilisten ook een groot en vriendelijk ontzag. Ja, ik durf zelfs te stellen dat ik hier aan de ‘Rivièra di Garda’  met mijn bepakte Santos meer aandacht trek dan een voorbijkomende Ferrari of Lamborghini .
Wat ik verder aan jullie eigen fantasie overlaat zijn de cafetaria, panaderia, pasticceria, birreria en de agrigelateria. Zo eerstmaria.

De Giro en de Tour de France eindigen altijd met de ‘wandeletappe’ naar de eindbestemming. Zo voelt het voor mij vandaag ook. Ik ben in de verleiding om een fles Prosecco in de bidonhouder te stoppen, maar ik vrees dat ik dan te veel aandacht trek van de Carbinieri. Maar goed, ik zit royaal in de tijd, want Verona is nog maar 30 kilometer.
Aan de boulevard in Peschiera, dus nog net Gardameer, waag ik mijn aan een voor mij gedurfd experiment: remblokken vervangen. Op weg naar Santiago nooit hoeven te doen. Volgens Ben heeft de regen ons parten gespeeld. Bovendien moet je nogal eens remmen als je afdaalt van de Alpen.
Ik voel me wat gesterkt door een bekeken demo-filmpje op Youtube, ook al ziet het er daar allemaal net weer even anders uit. Een andere geruststelling is het feit dat ik zojuist nog een fietsenmakeria heb gezien. En ach, het mag allemaal wel even wat tijd kosten.
Daar gaat-ie, goed onthouden hoe en in welke volgorde ik handelingen verricht, want straks moet alles weer in omgekeerde richting. Remblokjes heb ik bij me en ook een multi-tool om wat boutjes los te draaien. Ik zal niet opscheppen en zeggen dat het een fluitje van een cent is, maar het valt reuze mee. ’t Is net als met de Reschenpas.
Na een kwartier zit alles weer vast en zijn de blokken, nee de blokjes, vervangen. Ik daal af naar het Gardameer om mijn handen in tevredenheid te wassen. Voorbijkomende wandelaars hebben er wel schik in. ‘Bravo’, klinkt het een keer. Da’s weer wat anders dan het bekende ‘buen camino’.
Deze beide uitingen illustreren nog weer eens een verschil tussen beide tochten: toerisme tegenover pelgrimage. En dan pelgrimage in mijn geval zeer ruim en eigentijds opgevat (zie berichten Santiago).

Zoals opgemerkt in de aanhef, rijd ik naar Verona langs een erg drukke weg en ook langs veel bebouwing. Dat krijg je natuurlijk als je je buiten de route van Reitsma begeeft. Ik fiets vandaag op GPS-navigatie en merk tevens dat ik meer en meer bevriend raak met mijn Mio, vooral als je bestemmingen in bebouwde kommen zoekt. Stad, straat en huisnummer invoeren en ‘go’ intikken.
Zo beland ik al rond één uur op het B&B-adres in Verona, waar ik broer Henk morgen ook hoop te verwelkomen. Mijn fiets gaat in een diepgelegen keldergarage en vervolgens maakt Adriano me wegwijs in het appartement op de vierde verdieping van een gebouw in hartje Verona. De arena ligt letterlijk om de hoek. Een aanrader dus: www.arielverona.com
Morgen eerst een dagje toerisme in deze prachtige stad, waar ik lang geleden een keer de Aïda in de arena heb mogen meemaken.
En daarna begint in mijn beleving deel twee van mijn tocht, namelijk het gezamenlijke vervolg naar Rome met mijn broer. Dat ziet er ook weer veelbelovend uit. En…..we hebben enige ervaring!

Foto’s
De Italiaanse luchtmacht, niks JSF, gewoon nog met de Starfighter

image
Agriturismo

image
Binnenkomst Verona

image
Uitzicht B&B Verona

image

Bericht 17

  • Datum: maandag 13 juni 2016
  • Traject : Nago – Riva – Sirmione – Peschiera
  • Afstand : ongeveer 75 km, grotendeels per boot over Gardameer
  • Weer : overheersend zon
  • Parcours : Riva en daarna havenplaatsen o.a. Limone, Brenzone en Salo

Dit zou weer een topdag worden. Vorstelijk varend op het zonnedek van een veerboot die allerlei schilderachtige haventjes aandoet. Een ‘plaatjesdag’!

Na Trento biedt de reisgids drie alternatieven richting Verona. De hoofdroute gaat Oostelijk van en ongeveer parallel aan het Gardameer Zuidwaarts via Rivalta. Je ziet dan volgens mij niets van het Gardameer. Optie 2 is dat je gaat fietsen over de drukke weg langs het Gardameer (oostzijde). De derde mogelijkheid is om te gaan varen met een veerboot die je desgewenst helemaal van Noord naar Zuid vervoert. Dit heeft mijn voorkeur en ….het zou een zeer goede keuze blijken te zijn.

Om 9.25 scheep ik in bij de aanlegplaats in Riva, de plek aan het Gardameer die bekend staat om zijn goede zeil- en surfcondities. Dat blijkt ook zodra we ‘los’ zijn en de catamarans en surfers ons vergezellen. Het zeilgebied is beperkt tot het uiterst Noordelijke stukje van het meer, want verderop tref je sporadisch zeilboten en al helemaal geen wind- of kitesurfers.
Omdat ik start bij het beginpunt van de veerboot is het eerst niet druk. Gaandeweg komen er meer passagiers aan boord, want we doen wel zo’n 10 havenplaatsen aan. MIjn kaartje gaat tot Sirmione, op een lange, smalle landtong in het uiterste Zuiden van het meer, waar de boot ruim vier uren over zal doen. Ik heb wat aanspraak aan een Zweedse vrouw met een mooi Schots accent, want ze werkt voor Goretex in Edinburgh, die naam die je op z’n Schots altijd zo merkwaardig uitspreekt.

De vaartocht is panoramisch en fotogeniek. Hoewel er bewolking is, overheerst de zon. Rond het meer rijzen de bergen hoog op. Ze zijn deels kaal en rotsachtig, maar veel meer nog groen bedekt met bomen, waaronder (Zuidelijker) slanke cypressen. Stadjes, huizen en gebouwen liggen prachtig gedrapeerd tegen de hellingen. De havenstadjes zijn schilderachtig van kleurtinten terra, okergeel, azuurblauw en rose. De gebouwen hebben veel klassieke kenmerken zoals rondbogen, zuilen, pilaren en fraai versierde balkons. En zo is het Gardameer met z’n Mediterrane uitstraling een heel mooi toegevoegd element van deze fietstocht. Het spijt me- zo zittend aan dek – dat mijn dikke sigaar al opgebrand is, alhoewel, nee, het waait te hard om er echt van te kunnen genieten. Bij een sigaar hoort windstilte, vind ik.

Omdat ruim vier uur varen toch wel wat lang is, zet ik de oortjes maar eens op, zodat Vivaldi, Bocelli en Pausini de Italiaanse sfeer nog wat versterken. Ook doe Ik een poging om wat ‘overlevings-Italiaans’ te leren met behulp van een taalgidsje.
Wat me hogelijk verbaasd is, dat er totaal geen horeca op de boot aanwezig is. Volgens mij zou het in een enorme behoefte kunnen voorzien. Ik zie dat de boot wel horeca-voorzieningen heeft. Misschien iets voor het hoogseizoen. Dus wordt mijn rantsoen beperkt tot banaan, water en pepermunten.

Om kwart voor twee leggen we aan in het bomvolle Sirmione. Door zijn bijzondere ligging op het eind van een soort ‘worm’ die uitsteekt in het Gardameer is dit plaatsje erg in trek bij toeristen.
Ik slalom tussen de mensen door, die daar uiterst vriendelijk onder blijven. Na vijf minuten ligt de drukte achter mij en ben ik weer in ‘gewoon’ gebied. Na twaalf kilometer arriveer ik bij mijn hotel.
Vanavond Italië tegen de rode duivels. Dat kan gezellig worden.

De foto’s : dagje Gardameer

image image

Bericht 16

  • Datum: zondag 12 juni 2016
  • Traject : Trento – Gardameer ( Nago-Torbole)
  • Afstand : 50 km
  • Weer : bewolking maar ook veel zon; geen wind; 24 graden
  • Parcours : meest vlak, maar bij het Gardameer veel hoogteverschil; via Rovereto en Mori

Het is zondag. Traditioneel natuurlijk een rustdag. Zo ook vandaag voor mij. Dus een korte rit en wat meer tijd voor een vervolgplan en wat reflectie.

Het vervolgplan:
Komende woensdagavond komt broer Henk aan in Verona. Zijn fiets is door de firma Soetens al afgeleverd bij een B&B-adres in Verona. Donderdag gaan we dan samen verder naar Rome.
Omdat ik nu op minder dan 100 km van Verona zit, kan ik dus in relatieve rust verder.
Mijn plan is om vandaag naar het Gardameer te rijden (Nago-Torbole). Morgen neem ik daar de boot naar Sermione en dan fiets ik dinsdag op mijn gemak naar Verona, zodat ik al een nacht eerder op ons (geboekte) B&B-adres ben en Henk woensdag van het vliegveld kan halen.

Ik word wakker met tv-beelden van rellen in Marseille. Wat we in de jaren van de koude oorlog vreesden gebeurt daar. Het Westen (Engeland) gaat op de vuist met het Oostblok in de vorm van Russen. En dan te bedenken dat het nota bene 1-1 is geworden! Dus toch geen grote frustraties zou je denken. En voor zover ik het heb gezien ook geen omstreden doelpunten. Waanzin dus.
Dat vindt ook de Russische Anna met wie ik even later de ontbijttafel deel. Ik vraag maar niet of ze misschien ook nog Karenina heet, want dat lijkt me wat flauw.
Ze komt uit Moskou, is systeemanaliste en computerprogrammeur en doet een reisje van 16 dagen door Italië. Ze vindt het Italiaans ‘very similar’ met Russisch. Dat lijkt me wel een heel erg uitdagende stelling voor een proefschrift. Alleen de lettertekens al …..
Het was me trouwens al eerder opgevallen, dat er nogal wat Russen hier op vakantie zijn. Aan de Turkse Zuidkust hebben ze intussen een negatief gekleurd imago opgebouwd, met name in de
all-inclusive hotels.

als kind kon ik er soms van dromen
dat de Russen zouden komen
het waren de koude oorlogsjaren
die dreiging kwam gelukkig tot bedaren
toch zijn ze gekomen
als kapitalisten
dus net als wij
vermomd als toeristen

Na het ontbijt begin ik aan de uitvoering van mijn plan. Eerst nog even door het al weer levendige centrum van Trento en vervolgens weer verder Zuidwaarts door het imponerende dal van de Adige.
Het is zeer aangenaam fietsweer: geen wind, terwijl zon en bewolking strijden om voorrang. Ook dat wordt 1-1. Af en toe passeren er treinen, want dit is echt spoortreintjeslandschap. Als kind drukte ik mijn neus plat tegen de ruiten van Fokkema in Assen, waar de Märklintreintjes door de etalage reden. Want als kind had je Märklin of Fleischman. Mijn (oudste) broer Bert had Märklin. Op een groot tableau op deurformaat had hij een heel emplacement gemaakt van rails en een landschap van bergen en huisjes. Die bergen waren kunstwerken, gemaakt van jute en gips en bedekt met een groen strooisel. Van het gespaarde zakgeld werd af en toe een huisje van ‘Faller’ gekocht en in elkaar gezet. Regelmatig werden de trafo’s aangesloten en dan werd er ‘getreind’.
Maar hier zie je het allemaal in het echt! Indrukwekkend zijn de lange treinen met daarop allemaal aanhangers van vrachtauto’s, een relatief milieuvriendelijke manier van transport. Ook suist er af en toe een soort van TGV voorbij door het met groen bestrooide landschap.

Dat de wereld klein is ervaar ik weer als ik onderweg op een racefiets de jongen tref van het stel dat mij gisteren in Trento behulpzaam was bij het vinden van mijn overnachtingsadres. Naar aanleiding van ons treffen en gesprekje:

al eerder voelde ik mij onderweg een kereltje
maar nu blijkt ook met grote regelmaat
de wereld is ook maar een wereldje

Ja, en vanuit een zijstraat, zittend op een terrasje, zie ik later op de dag ook Ben nog een keer in een flits voorbijkomen door de betreffende hoofdstraat in Rovereto. Hij ziet mij niet.
Bij Mori word ik een poosje tegengehouden omdat er een wielerkoers voorbij komt. Een prettig en vermakelijk stopje met veel macho-gedrag van de verkeersregelaars.
Via een pittige rug bereik ik rond twee uur Torbole aan het Gardameer. Ineens in een ander wereldje:
Palmbomen, bomvolle terrassen, motoren, cabrio’s, kortom het is alsof je aan de Rivièra in Nice bent beland. En dan moet Riva nog komen. Vooral bekend als windsurflokatie.
Via de VVV hoor ik waar mijn hotel is en dan blijkt dat ik de laatste feestelijke afdaling naar Torbole in omgekeerde richting moet overdoen. Puffend ploeter ik achter een groep racefietsers uit Eibergen omhoog, want ik blijk in Nago te hebben geboekt. Daar tref ik een kleine ‘Einzelzimmer’ met een al even klein balkon, maar wel met een mooi uitzicht op de binnenstad en ….op morgen.

Vooruit, op deze dag van reflectie ter afsluiting nog een gedicht:

vandaag zit ik wat ruimer in de tijd
vandaar dat ik me tot een gedicht verleid
over de grote dingen van het leven?
ja hoor eens, wacht nou even
waarom zou je altijd moeten dichten
over de diepste diepten van ’t bestaan
het mooist zijn misschien wel die rijmsels
die helemaal nergens over gaan
ze bieden volop de gelegenheid
voor ieders eigen diepe zinnigheid

De foto’s tonen dat de fiets van Henk is aangekomen in Verona en dat ze – net als in Grafhorst – ook in Rovereto met de hand sigaren produceren.
image

image

Bericht 15

  • Datum: zaterdag 11 juni 2016
  • Traject : Merano – Trento
  • Afstand : 100 km
  • Weer : ’s ochtends regen; ’s middags droog en bewolkt
  • Parcours : vlak, maar plaatselijk hellinkjes; plaatsen: Lana, Bolzano, Auer

Het gebied hier in Noord-Italië heet Zuid-Tirol. Tot aan de eerste WO behoorde het bij Oostenrijk en alles doet dan ook Oostenrijks (of beter: Tirols) aan, al zijn er ook Italiaanse kenmerken. Het Duits overheerst nog, zeker op het platteland, maar het gebied is tweetalig. Informatieborden hebben een Duitse en een Italiaanse tekst. Op scholen worden beide talen (naast Engels) onderwezen en voor officiële en openbare functies moet je tweetalig zijn. De tendens – en dat geldt ook voor mijn rit van vandaag in Zuidelijke richting is, dat het allemaal steeds ‘Italiaanser’ wordt.

Kon de dag gisteren niet stuk, vandaag heeft-ie de neiging om wel stuk te gaan. Ik begin in de regen en het ziet er weer ‘ziek’ uit. Maar het levert ook weer komische scènes op. Op een gegeven moment gaat het echt plensen en ik stop bij een tankstation met horeca. Ze hebben een gigantisch mooie ‘rookserre’, waar flink gepaft wordt, terwijl de regen hard op het glazen dak klettert. Je zit er eigenlijk binnen en buiten tegelijk, maar wel behagelijk warm en droog.
Ik neem, jawel’, hier in deze salon ook een rookpauze!
Voor een mooie gelegenheid had ik een dikke sigaar meegenomen en dit lijkt me een uitgelezen moment. Ik bestel een koffie machiato en steek de sigaar (uit Grafhorst) in de brand. Dit veroorzaakt enige hilariteit, want zo’n kleddernatte fietser met sigaar contrasteert nogal met netjes geklede en droge sigarettenrokers. Gelukkig stook ik er -als tevreden roker – geen onrust mee en neem er dan ook flink de tijd voor. Want daar vraagt een sigaar om.
Als de regen lichter wordt reis ik weer verder. Ik kom door een gebied, waar zeer veel appels worden geteeld. Geen peren. Rijen jonge appelboompje, vaak overdekt met netten, bepalen het beeld.
De hellingen zijn vaak beplant met wijnstokken en de struiken worden ‘dakvormig’ geleid.
Ik fiets door het dal van de Adige (Etsch). Omdat sommige bergruggen ‘haaks’ op het dal staan zijn er regelmatig korte steile hellinkjes. Maar het vlakke, zeer licht dalende element van het parcours overheerst.
Bolzano laat ik links liggen. Deze stad moet ook weer een mooie binnenstad hebben. Veel bezoekers komen voor Ötzi, de 5300 jaar oude mummie, die in 1991 in het ijs van de Öztaler Alpen werd gevonden.
En…..het kon niet uitblijven, op een zeker moment tref ik Ben ook weer op mijn, of liever gezegd zijn weg, want net als ik hem tegenkom rij ik juist even fout. Dus samen weer verder in de goede richting,
Omdat zijn schema en plan nogal van het mijne afwijken gaan we na een kwartier weer uit elkaar.
Als het fietspad wat saaier wordt, omdat het uit lange rechte stukken bestaat langs de hier gedeeltelijk gekanaliseerde en bedijkte Adige heb ik weer baat bij muziek.
Intussen, na tweeën, houdt de regen het gelukkig voor gezien en blijft de dag ‘heel’. Ik ook trouwens.
Het valt me op dat de Italiaanse politie zich op straat meer laat zien dan de Duitse of de Oostenrijkse. Ik mag dat wel, ook al krijg ik prompt een aanwijzing: ‘Stop achter de streep!’
Tegen zessen fiets ik het Piazza Duomo op, in het hart van Trento. Deze stad heeft o.m. naam gemaakt met een belangrijk concilie in de 16e eeuw, waarbij de aflaathandel werd afgeschaft. Bepalend voor het stadsplein zijn een prachtige Domkerk en het Palazzo Pretoria, een vroeger bisschoppelijk paleis. Het bruist er – net als in Merano – weer van het leven. Een jong stel is me van dienst bij het vinden van de straat van mijn B&B. Zij schiet een VVV binnen, haalt een plattegrond en wijst me de straat. Perfect. Ik neem een bier aan het plein en ga daarna inchecken.
Vanavond komt het hier ook vast wel goed.

Foto’s
Zo’n machiato heurt er natuurlijk ook bij en verder mijn dagelijkse dashboard.

image image

Bericht 14

  • Datum: vrijdag 10 juni 2016
  • Traject : Naunders – Merano
  • Afstand : 90 km
  • Weer : superbe! Een 10!
  • Parcours : luxe: de hele dag licht dalend langs de Adige. Plaatsen: Mals, Pfunds, Prad, Naturns

Dit zou een dag van de superlatieven worden. Alle ingrediënten dienen zich aan en doen zich voor: een kraakheldere blauwe lucht, scherp afgetekende besneeuwde bergtoppen, frisse weiden met veel bloemen, twee prachtige meren, klaterende beekjes, af en toe leuke stadjes of dorpen en dan ook nog een dalend parcours over fietspaden die overwegend uit asfalt bestaan.
Ik kom vandaag ogen en lenzen tekort. De zintuigen draaien op volle toeren, zeker na al die regen van gisteren. De oren gebruik ik alleen voor vogels en achteropkomend verkeer. Geen muziek nu, want de bergen zijn zelf al ‘alive with the sound of music’. Nee, muziek nu zou zoiets zijn als extra slagroom op de slagroomtaart. De dag is al ‘barok’ genoeg, rococo zou overdaad zijn.

Ik begin de dag bij een Bäckerei in Nauders, want mijn pension biedt geen ontbijt. Prima adres trouwens (Haus Arina). Nauders vind ik een echte aanrader voor een korte vakantie Oostenrijk. Het heeft een prachtige ligging en Zwitserland en Italië liggen binnen handbereik.
Eerst nog een klein restje Reschenpas en op het hoogste punt kom ik Italië binnen. De gastvrijheid valt even tegen, want meteen over de grens doet een loslopende hond een aanval op mijn rechterbeen. Woest grommend rent hij mee, maar na wat armgebaren en een schreeuw geeft hij het op. In Spanje vorig jaar trof ik ze uitsluitend achter hekken.
Het fietspad door dit gebied, dat Vinschgau heet, is heel erg populair bij fietsers. Net als vorig jaar haal ik ze meestal, met belgeluiden, in. Eigenlijk is deze route over de Reschenpas al een heel oude Romeinse verbinding: de Via Claudia.
Regelmatig stop ik voor het maken van een foto, want er is overweldigend veel moois. Ik passeer twee meren. In één van de twee staat de verdronken toren van Graun, na die van Pisa de meest gefotografeerde toren van Italië. Het verdrinken heeft te maken met het feit dat de Reschensee een stuwmeer is.
Ik ben blij verrast dat het opgebouwde hoogtesaldo zich terugverdient door het feit dat ik niet alleen vandaag, maar ook nog de komende dagen steeds verder afdaal naar de Povlakte. Dat is een erg prettig vooruitzicht.
Mals heeft een Romaans kerkje met 9e eeuwse fresco’s, maar de kerk is dicht. Bij Laas fiets ik langs enorme plakken wit marmer, dat daar in de buurt wordt gedolven. Je treft dit marmer o.a. Aan op de begraafplaats van Margraten, zo lees ik in mijn gidsje.
Ik passeer Prad, dat aan de voet ligt van de beroemde Stelvio-pas. Een beul van een beklimming of ….een feest om van af te dalen (kijk eens op Google-afbeeldingen!). Ik vraag aan politieman of er ook een bus omhoog gaat, maar dat feestje gaat niet door.
In de middag steekt er een harde wind op. Het lijkt een soort Mistral en ik heb hem tegen. Gelukkig wordt de wind geneutraliseerd door het feit dat ik voortdurend daal, zodat ik toch met gemak zo’n 25 km per uur kan fietsen.
Om half vijf stort ik me in de drukte van Merano, een kuuroord aan de Adige. Hoewel deze stad ‘slechts’ 37.000 inwoners telt, is het een zeer levendige typisch Italiaanse stad: smalle straten met steile en hoge gevelpartijen. Het kuuroord met z’n mooie wandelpromenade, Kurhaus en park ademt de sfeer van een ‘Spa’. Het is zeer druk op straat, want er is dit weekend een festival van straatartiesten.
Via de jeugdherberg, die vol is, beland ik bij een particulier adres dichtbij het centrum.
Ik eet ’s avonds in een grote Biergarten, waar op een reuzenscherm de EK-voetbal wordt getoond.
Als ik om tien uur weer op straat loop is het in Merano één groot feest. Massa’s mensen en niet te vergeten: heel veel kleine kinderen. Gebruikelijk in Mediterrane streken. Nee, deze dag kan niet meer stuk. Fantastisch was het, van begin tot einde!

Drie foto’s vandaag:
Ik slaap tussen de bergen.

14.1

Een koffie ‘zoals het heurt’
14.3

Het verdronken kerkje van Graun
14.2

Bericht 13

  • Datum: donderdag 9 juni
  • Traject : Landeck – Naunders
  • Afstand : 52 km
  • Weer : een ‘zieke’ regendag; gelukkig niet koud
  • Parcours : eerst geleidelijk stijgend, daarna de Reschenpas.
  • Plaatsen: Ried, Pfunds, Marina (Zw)

Als de tochten naar Santiago voor appels staan en deze rit naar Rome voor een peer, dan zijn er uiteraard ook weer de overeenkomsten en de verschillen. Deze keer maar eens aandacht voor de verschillen in mijn ervaringen:

  1. de tocht naar Rome staat minder in het teken van een pelgrimage
  2. ik heb meer last van water, zowel van boven als van beneden
  3. ik ervaar minder verlatenheid en verstildheid (luister minder muziek)
  4. nu geen herbergen of gîtes, maar meer pensions en B&B
  5. ik gebruik naast Reitsma meer ‘gewone’ bewegwijzering
  6. fiets meer over aparte fietspaden (Radwege)
  7. en tref ook meer on- of halfverharde trajecten

Mijn gastheer in Landeck is (en heeft) een markante figuur met een zware basstem. Als ik hem vraag of hij Frau Winkler ook heeft gekend, antwoordt hij ontkennend, maar vertelt me wel dat de naam in Landeck heel gangbaar is. Zoiets als bij ons Jansen en Pietersen, al ken ik daar zelf niemand van. U – lezer- wel?
Ik vervolg mijn tocht via het hier smalle Inndal. Het fietspad ligt niet altijd pal naast de rivier, waardoor er regelmatig venijnige klimmetjes en soms steile afdalingen zijn. Per saldo gaat het omhoog. De rivier is het bewijs, want met veel geweld stroomt het grijsgetinte water omlaag. Af en toe gaat het fietspad via houten bruggen over de Inn. Daar is het goed oppassen, want door de regen die permanent valt is het wegdek spekglad, vooral als je in plankrichting rijdt. Ik tref heel veel andere fietsers. Ze zijn over het algemeen zwaarder ingepakt tegen de regen. Poncho’s en complete regenpakken domineren. Ik geef de voorkeur aan het drooghouden van het bovenlichaam en fiets in korte broek. Liever de benen nat, dan zo’n kleffe regenbroek. Het is een keuze die mogelijk is door de prettige temperatuur. Trouwens, het bovenlichaam droog houden valt ook niet mee, want zweet en toch wel doordringend regenwater maken je op den duur op z’n minst vochtig.
Zoals gezegd, het regent permanent, maar niet zwaar. Wel zwaar zijn de luchten, want door de bewolking word me veel zicht ontnomen.
Na een klein stukje Zwitserland begin ik aan de Reschenpas. Via 11 genummerde haarspeldbochten à la Alp d’Huez ga je over mooi asfalt 7 procent stijgend omhoog. Dat is goed te doen. Toch zet ik ter stimulering een muziekje op en verdraaid – ja echt – één van de eerste nummers is van Daniël Lohues: “griffemeerd, communist of roomskatteliek, we hebb’n allemaol baot bij meziek”
(Ik schrijf het maar ongeveer zoals ik het hoor). Mooi toepasselijk.
Af en toe passeert mij een bus die ook fietsen vervoert, soms rechtop in een rek aan de achterkant en soms in een aanhanger. Onderweg zwaai ik met mijn Alpenpaspoort naar de webcam van het Alpentribunaal uit Garmisch Partenkirchen om mijn ‘kerelbevestiging’ te bewijzen. Zo vriendelijk als ‘meneer Reschenpas’ was, zo mild is ook zijn rug. In vrijwel één ruk, uiteraard wel in een heel klein verzet, kruip ik met 7 à 8 km per uur omhoog naar 1405 meter ( komend vanuit 800). Vlak voor Naunders volgt eerst nog weer een afdalinkje. Ik ga overnachten in Naunders. Morgen wordt het beter weer en doe ik nog een klein restje Reschenpas, want het hoogste punt ligt op 1515 meter.
Tevreden trek ik om kwart over drie mijn kleffe kleding uit op een warme kamer Haus Arina.
Ben heeft het me al voorspeld: Na Nauders is het alleen nog maar genieten. Mooi vooruitzicht.

Foto: bocht 6 Reschenpas

13